VOC-fluitschip Stavenisse



In 1686 strandde het VOC-fluitschip Stavenisse voor de kust van Terra Natal, het huidige Kwa-Zulu Natal en Transkei. Van de ruim zeventig bemanningsleden wisten zestig het vege lijf te redden. Zij waren de eerste Nederlanders die voet aan wal zetten op de Zuid-Afrikaanse oostkust. Een deel van de schipbreukelingen wist in het daaropvolgende jaar met een zelfgebouwde sloep Kaap de Goede Hoop te bereiken. De rest had minder geluk. Zij trachtten over land, door de onherbergzame binnenlanden, een weg te vinden naar de Nederlandse Kaapkolonie. Sommigen bezweken aan hun ontberingen, verdronken bij de oversteek van rivieren, werden een prooi van wilde dieren of verloren hun leven tijdens overvallen door Afrikanen. De overigen werden in de daaropvolgende vier jaar dankzij vanuit de Kaap georganiseerde expedities gered.



De overlevenden berichtten over grote rijkdommen en naar aanleiding daarvan besloten de Heren XVII in 1719 een handelspost in Rio de la Goa, het huidige Maputo, te vestigen. In 1721 vertrokken vanuit Kaap de Goede Hoop drie hoekerchepen naar de Afrikaanse Oostkust, waar een fort werd gebouwd. De onderneming bleek echter van meet af aan gedoemd te mislukken. Binnen enkele maanden stierf een groot deel van het garnizoen aan malaria en het verwachte goud werd niet gevonden. Bovendien werd het fort in 1722 door zeerovers overvallen en geplunderd. De Compagnie was in de daaropvolgende jaren genoodzaakt veel manschappen, geld en materieel naar de vestiging te zenden, terwijl de baten uitbleven. Toen in 1728 een groep garnizoenssoldaten deserteerde en vervolgens een samenzwering van het compagniepersoneel tegen het plaatselijke gezag werd ontmaskerd, besloten de bewindhebbers ten einde raad in patria de onfortuinlijke faktorij definitief te sluiten.


Op 14 maart 2002 werd het eerste exemplaar van het boek in Middelburg aangeboden aan de Commissaris van de Koningin van Zeeland, drs. W.T. van Gelder.

Titel: Het VOC-fluitschip Stavenisse en de ontdekking van Terra Natal
Auteur: Ruud Paesie
Uitgeverij: De Bataafsche Leeuw
Amsterdam, 2002
ISBN 90 6707 537 X
Pagina's: 235, rijk geïllustreerd, voorwoord Prof. dr. J.R. Bruijn, 2 bijlagen
literatuuropgave en register